Artsen in opleiding tijdens het eerste jaar van de huisartsopleiding
Onvoldoende voortgang en onvrijwillige uitval bij eerste jaars aios huisartsgeneeskunde
Margit Vermeulen, Marijke Kuyvenhoven, Peter Zuidhoff, Yolanda van der Graaf, Ron Pieters
Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, UMC Utrecht
Doel
Onderzoeken welke factoren samenhangen met onvoldoende voortgang en onvrijwillige uitval van eerstejaars aios huisartsgeneeskunde.
Opzet
Retrospectieve observationele studie van aios die tussen 2005 en 2007 in Utrecht de huisartsopleiding startten.
Methode
Persoonskenmerken (leeftijd, geslacht, regio opleiding, klinische ervaring, aantal keren gesolliciteerd), competentiescores op de taakgebieden vakinhoudelijk handelen, arts-patiënt communicatie, professionaliteit en kennistoetsscores werden verzameld; uitkomstmaat: onvoldoende voortgang en onvrijwillige uitval. Samenhang tussen persoonskenmerken, overallscores op de drie taakgebieden en kennis in het eerste kwartaal enerzijds en onvoldoende voortgang/onvrijwillige uitval werd berekend.
Resultaten
In totaal startten 215 aios de opleiding. Een kwart van de aios had in het eerste kwartaal een onvoldoende voor één of meerdere taakgebieden. De competentiescores op de drie taakgebieden hingen onderling samen, maar niet met kennis. Bij achttien aios was er onvoldoende voortgang van de opleiding bij de overgang naar jaar 2, drie aios vielen onvrijwillig uit de opleiding. Er was een onafhankelijke samenhang met de leeftijd (adj OR 1,1; 1,0-1,3), onvoldoende kennis (adj OR 8,9; 3.0-26,3) en vakinhoudelijk handelen (adj OR2,1; 2,1-4,0) aan het begin van de opleiding.
Conclusie
Oudere leeftijd, onvoldoende huisartsgeneeskundige kennis en onvoldoende vakinhoudelijke competenties aan het begin van de opleiding vormen een risicofactor voor problemen in de voortgang van de opleiding.
Geaccepteerd door NTvG op 13-03-2011