Aanpassing opleidingstraject
Conform het Kaderbesluit CHVG moet de opleiding tot huisarts ononderbroken gevolgd worden. Er is een aantal uitzonderingen waarbij sprake is van overmacht. De opleiding mag onderbroken worden voor ziekte, zwangerschap of een ‛time-out‛-periode na een wisseling van opleidingsplaats (ontkoppeling). De maximale duur van een onderbrekingsperiode is zes maanden.
Op deze pagina kun je de volgende informatie vinden:
Opleiding in deeltijd
Bij het volgen van de opleiding in deeltijd wordt de duur van de opleiding naar rato verlengd. De compensatie vindt bijna altijd plaats na het derde opleidingsjaar. Aan het einde van de opleiding moet elke aios 156 (3 x 52 weken) effectieve opleidingsweken hebben gevolgd, verminderd met eventuele vrijstellingen.
Bij werken in deeltijd dienen de uren in de praktijk over tenminste 3 dagen te worden verspreid, in goed overleg met de opleider. Wekelijks één dag vrij hebben kan met een deeltijdpercentage van 84,21% (= 32 uur per week). Het werken in deeltijd gedurende het tweede opleidingsjaar is gebonden aan specifieke regels. Uitgebreidere informatie over deeltijd en hoe je dit kunt aanvragen vind je in onderstaande PDF-file.
Vrijstellingen
Het is mogelijk om voor een opleidingsperiode of voor stages uit het 2e jaar vrijstelling aan te vragen. Wij volgen daarbij de landelijke regelgeving zoals opgenomen in artikel B.10 en B.11 van het Kaderbesluit CHVG én het besluit Huisartsgeneeskunde artikel B.1.
Als voorwaarde om voor vrijstelling in aanmerking te komen, moet de aios als arts tenminste zes maanden gelijkwaardige werk- of opleidingservaring hebben opgedaan, binnen de vijf jaar voorafgaand aan de opleiding.
-
Vrijstelling van de klinische stage kan uitsluitend verleend worden op basis van werkervaring in de volgende vakgebieden: interne geneeskunde, heelkunde, kindergeneeskunde of verloskunde en gynaecologie.
-
Vrijstelling van de GGZ stage kan verleend worden op basis van werkervaring in het specialisme psychiatrie;
-
Vrijstelling van de chronische-zorgstage kan verleend worden naar aanleiding van werkervaring in de interne geneeskunde, neurologie, klinische geriatrie, het specialisme ouderengeneeskunde of de geneeskunde voor verstandelijke gehandicapten;
-
Vrijstelling voor een opleidingsperiode in de huisartsenpraktijk kan verleend worden op grond van eerdere deelname aan de huisartsopleiding (met voldoende resultaat), of bij een voltooide opleiding tot medisch specialist.
Bij de huisartsopleiding Utrecht kan de vrijstelling worden aangevraagd nà aanvang van de opleiding. Informatie over de procedure is hier te vinden.
Voor het vaststellen van de vrijstelling voor stages in het 2
e jaar, is het vereist dat de ervaring is opgedaan in een instelling die erkend is door de HVRC of MSRC. Een tabel van erkende opleidingsinrichtingen van de HVRC wordt binnenkort gepubliceerd op de
website. De lijst van de MSRC is te raadplegen op:
knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-Registratie/opleiding/msrc.htm. Het is raadzaam om voor de meest actuele informatie contact op te nemen met de HVRC, tel. 030 28 23 904 of per e-mail
hvrc.erkenningen@fed.knmg.nl
Zwangerschap
Bij zwangerschap tijdens de opleiding zal het opleidingstraject worden aangepast en verlengd. Het curriculum van de aios dient te worden bijgesteld. Om een zo goed mogelijk opleidingstraject te kunnen realiseren, is het belangrijk in een vroeg stadium de zwangerschap te melden. Een aios meldt haar zwangerschap en de aanvang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof bij de jaarassistent van het huidige opleidingsjaar, de opleider en de SBOH.
Conform de wettelijke regeling zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft de aios recht op (tenminste) 16 weken verlof. Dit verlof kan vanaf 6 weken en moet uiterlijk 4 weken voor de uitgerekende datum beginnen. Vanaf 4 weken voor de uitgerekende datum is er een wettelijk arbeidsverbod. Bij latere bevalling dan uitgerekend, worden de 16 weken uitgebreid met het aantal dagen ‛over tijd‛. Deze dagen worden aangemerkt als ziekteverlof.
Voor een uitgebreide beschrijving, zie artikel 16,
CAO SBOH 2010.
Ouderschapsverlof
Bij het opnemen van ouderschapsverlof wordt de opleiding naar rato verlengd. De regels voor compensatie van de opleidingstijd zijn identiek aan de regels voor werken in
deeltijd. Elders op de
site staat meer informatie over ouderschapsverlof.
Langdurige ziekte
Bij (dreigend) langdurend ziekteverzuim zullen de aios, de opleider en de docenten met elkaar het contact onderhouden om geïnformeerd te blijven over het verloop van de ziekte. In het kader van de Wet verbetering poortwachter (Wvp) wordt in overleg met de SBOH en de bedrijfsarts samen met de aios een reïntegratieplan opgesteld. Indien de ziekteperiode langer dan drie maanden duurt, vindt een gesprek plaats tussen het hoofd van de opleiding en de aios en gelden speciale regels die te vinden zijn in het verzuimprotocol van de SBOH.
Als de aios zich weer beter meldt, wordt bezien welke consequenties de afwezigheid van de aios heeft voor het vervolg van de opleiding en/of de opleidingsplaats.
Tussentijdse wisseling van opleiders (ontkoppeling)
De aios, opleider en/of de docenten kunnen een probleem in de werk- of opleidingsrelatie signaleren tussen de opleider en de aios. Als na gezamenlijke gesprekken blijkt dat het probleem blijft bestaan, kan besloten worden dat de stageovereenkomst tussen de opleider en de aios wordt ontbonden. Afhankelijk van de situatie kan er direct een andere opleider worden gezocht of een time-out worden voorgesteld. Deze overgangsperiode betekent een verlenging van de opleiding voor maximaal de duur van de overgangsperiode.
Verlenging/onderwijs aan nadieners
Door het volgen van het onderwijs in deeltijd of wegens zwangerschapsverlof heeft een aantal aios na het beëindigen van het derde jaar nog een deel van de opleiding af te ronden. Voor deze personen wordt een aanpassing van het IOP (Individueel Ontwikkelings Plan) opgesteld. Het onderwijs in dit laatste gedeelte van de opleiding is specifiek toegesneden op de individuele aios en wordt gevolgd in een nadiengroep. Alle aios die langer dan een maand nadienen, worden geplaatst in deze nadiengroep. De frequentie van samenkomen is één maal per twee weken gedurende drie uur.
De betrokken aios en opleiders ontvangen drie maanden voor de startdatum via e-mail informatie over de nadiengroep.